Weet Google eigenlijk wélke producten jouw webshopbezoekers bekijken? Zonder correct werkende activiteitsstatistieken van je Google-tag vaar je blind bij remarketing! Dan toon je algemene advertenties in plaats van die ene bank die jouw bezoeker drie keer heeft bekeken. Tijd om dit recht te zetten.
Activiteitsstatistieken laten precies zien welke data jouw Google-tag verzamelt en doorstuurt vanuit je webshop. Met de Google-tag kun je gegevens van je website naar bestemmingen in gekoppelde Google-producten sturen om de effectiviteit van je website en advertenties te meten. Voor webshops draait het hierbij vooral om één ding: herkent Google welke producten er bekeken, in het winkelmandje gelegd of gekocht worden?
Dat gebeurt via het zogenaamde event fragment (event snippet), een aanvulling op de Google-tag. Het event fragment verzamelt gegevens zoals de ID’s van producten of diensten die mensen op je website hebben bekeken en de totale waarde van items en vertelt de Google-tag wanneer er meer gedetailleerde remarketing-eventgegevens gestuurd moeten worden. Zonder deze koppeling weet Google Ads wel dát iemand je site bezocht, maar niet wélk product diegene interessant vond.
Belangrijk detail: je kiest bij het instellen een business type (zoals retail, reizen of onroerend goed). Business types worden gebruikt om je tags te vertellen dat ze informatie moeten verzamelen over activiteit op je website die specifiek is voor jouw bedrijf. Kies je hier retail, dan verwacht Google parameters als `ecomm_prodid` en `ecomm_pagetype`. Klopt dit niet met je feed, dan lopen je activiteitsstatistieken direct scheef.
Zo ziet een correct gevuld event snippet er per pagetype uit voor een retail-webshop:
“`html
<!– Productpagina –>
gtag(‘event’, ‘view_item’, {
‘send_to’: ‘AW-CONVERSION_ID’,
‘ecomm_prodid’: ‘SHOES-BLUE-42’,
‘ecomm_pagetype’: ‘product’,
‘ecomm_totalvalue’: 79.95
});
<!– Winkelmandje –>
gtag(‘event’, ‘add_to_cart’, {
‘send_to’: ‘AW-CONVERSION_ID’,
‘ecomm_prodid’: [‘SHOES-BLUE-42’],
‘ecomm_pagetype’: ‘cart’,
‘ecomm_totalvalue’: 79.95
});
<!– Aankoop –>
gtag(‘event’, ‘purchase’, {
‘send_to’: ‘AW-CONVERSION_ID’,
‘ecomm_prodid’: [‘SHOES-BLUE-42’, ‘BAG-BLACK-01’],
‘ecomm_pagetype’: ‘purchase’,
‘ecomm_totalvalue’: 124.90
});
“`
Werk je met Google Tag Manager, dan haal je deze waarden meestal uit de datalayer in plaats van ze hardcoded in te vullen:
“`javascript
dataLayer.push({
‘ecomm_prodid’: ‘{{DLV – product.id}}’,
‘ecomm_pagetype’: ‘{{DLV – page.type}}’,
‘ecomm_totalvalue’: ‘{{DLV – product.price}}’,
‘event’: ‘dynamicRemarketing’
});
“`
Per platform verschilt waar je dit oplost als de parameters niet kloppen:

Een bruikbare vuistregel voor een gezonde implementatie: streef naar minimaal 90% parameterdekking op je productpagina’s. Zie je structureel minder dan 90% van je productpagina-hits met een gevulde `ecomm_prodid`, dan ontbreekt de tag op een deel van je templates of vuurt hij te vroeg, voordat de productdata geladen is.
In de huidige Google Ads-interface loopt dit pad via Tools en instellingen > Doelgroepen > Uw databronnen (voorheen gedeelde bibliotheek > Doelgroepbeheer > Uw gegevensbronnen, dit oudere pad kun je in sommige accounts nog tegenkomen). Zo kom je er nu:
1. Ga naar Tools
2. Klik op Gegevensbeheer
3. Bij jouw Google Tag klik je op de 3 puntjes en klik je op Statistieken bekijken
In dit detailscherm zie je twee kernonderdelen terug: bovenaan het aantal geregistreerde hits van je tag over de gekozen periode, daaronder een tabel met kolommen als ‘Aangepaste parameter’, ‘Status’ (met labels als ‘Gevonden’, ‘Niet gevonden’ of ‘Weinig pagina’s’) en ‘Aanbevolen actie’. Precies deze kolommen en statuslabels komen terug in de tabel met veelvoorkomende meldingen verderop in dit artikel. Check je tag-hits en actieve parameters om te zien welke tags goed genoeg presteren om op uit te breiden en welke werk nodig hebben of verwijderd kunnen worden. Dit is precies waar je als webshop-eigenaar moet kijken vóórdat je een euro extra in remarketingbudget steekt.
Alternatief kun je ook via Google Tag Assistant live controleren of je tag daadwerkelijk vuurt op productpagina’s. Je kunt Google Tag Assistant gebruiken om te controleren of de Google-tag op je site wordt getoond en of deze gebeurtenissen registreert en naar de Google-productbestemmingen stuurt.

Zonder correcte productidentificatie werkt dynamische remarketing simpelweg niet. Punt. Dynamische remarketing toont eerdere website- of appbezoekers advertenties met producten en diensten die ze bekeken, wat leads en verkopen boost. Dat is precies het verschil tussen een generieke banner en een advertentie met díe ene rugtas die jouw bezoeker al twee keer bekeek maar nog niet kocht.
Waarom draait alles om die productidentificatie?
• Zonder productID geen personalisatie. Google kan alleen die specifieke bank, die schoenmaat of die kleur tonen als de tag exact doorgeeft welk product bekeken werd, via het `ecomm_prodid`-veld uit het event snippet hierboven.
• Feed en tag moeten matchen. Je Google Shopping-feed en je remarketingtag moeten dezelfde productidentifiers gebruiken: gebruik in je feed het veld `id`, niet `item_group_id` (dat laatste groepeert varianten en levert juist mismatches op), anders koppelt Google niets aan elkaar.
• Pagetype bepaalt het scenario. Een bezoeker op een productpagina vraagt om een andere aanpak dan iemand die al heeft afgerekend. De tag verzamelt informatie zoals productID’s en het type pagina’s dat bezocht werd (product, winkelmandje, aankoop, algemene site), zichtbaar in het `ecomm_pagetype`-veld.
• Groeipotentieel blijft anders liggen. Zonder werkende productdata mis je de kans om je meest waardevolle bezoekers opnieuw te bereiken met exact het juiste aanbod.
Google Ads toont in het gegevensbronnen-scherm concrete waarschuwingen zodra er iets misgaat met je productidentificatie. Herken je onderstaande meldingen? Dan weet je precies waar het probleem zit.

Een veelgemaakte denkfout: als slechts een klein percentage van al je hits een productID bevat, denken veel webshop-eigenaren dat er iets kapot is. In de praktijk klopt dat vaak juist. Alleen product- en winkelmandjepagina’s zouden de productID in de remarketingtags moeten sturen en als e-commercesite heb je veel andere pagina’s die bezoekers bekijken zoals home, categorie en zoekpagina’s, wat een groot deel van de eventhits inneemt. Zolang er dus wél consistente productID-data binnenkomt op je product- en winkelmandjepagina’s (richt op die eerder genoemde 90%+ dekking), is er meestal niets aan de hand.
Zie je géén data verschijnen in je activiteitsstatistieken, terwijl je tag volgens Tag Assistant of GTM Preview Mode gewoon afvuurt? Loop dan deze vier oorzaken langs, van meest naar minst waarschijnlijk.
1. Verwerkingsvertraging. Google Ads verwerkt nieuwe hits niet realtime; reken op enkele uren tot een dag vertraging voordat data in het gegevensbronnen-scherm zichtbaar wordt. Zie je na 24-48 uur nog steeds niets, ga dan verder met de volgende oorzaken.
2. Parameters worden technisch verstuurd, maar niet correct gelezen. Controleer in Tag Assistant of GTM Preview Mode niet alleen of de tag vuurt, maar ook of `ecomm_prodid` en `ecomm_pagetype` daadwerkelijk een waarde bevatten op het moment van vuren. Een lege of `undefined`-waarde telt voor Google Ads als ‘geen parameter gevonden’.
3. Business type komt niet overeen met de tagconfiguratie. Staat je account ingesteld op een ander business type dan retail, dan verwacht Google andere parameters dan die je event snippet meestuurt.
4. Een tijdelijke storing aan de kant van Google. Google Ads meldt incidenteel via de Google Ads Help Community vertraagde of ontbrekende rapportage in de gegevensbronnen-sectie, los van je eigen implementatie. Voordat je dit aanneemt: doorloop eerst de drie punten hierboven, dat is in verreweg de meeste gevallen de daadwerkelijke oorzaak. Blijft je tag na een grondige check aantoonbaar correct vuren met gevulde parameters en blijft het scherm toch leeg, meld dit dan via de Help Community of je Google Ads-supportcontact met een screenshot van je Tag Assistant-resultaat erbij.
1. Ga naar Tools en instellingen > Gegevensbeheer > Klik op de 3 puntjes en vervolgens op Statistieken bekijken
2. Controleer of je business type overeenkomt met je webshopstructuur: staat dit op retail, dan moet je event snippet `ecomm_prodid` en `ecomm_pagetype` meesturen zoals in het codevoorbeeld hierboven.
3. Bekijk de meldingen per parameter (ID, pagetype, transactie-ID) in de statuskolom.
4. Vergelijk de gevonden productID’s met je actieve Shopping-feed: exporteer een steekproef van 20-30 productID’s uit Merchant Center en controleer of exact hetzelfde `id`-veld terugkomt in je tag-hits, niet het `item_group_id`.
5. Test steekproefsgewijs met Google Tag Assistant op productpagina’s of het snippet per platform (Shopify, WooCommerce, Magento of via GTM-datalayer) daadwerkelijk gevuld afvuurt.
6. Herhaal deze check minimaal elk kwartaal, zeker na een platformmigratie of feedwijziging.
Wat is het verschil tussen de Google-tag en het event fragment?
De Google-tag is de basiscode die op elke pagina staat, het event fragment is de aanvulling die specifieke productdata doorgeeft voor dynamische remarketing.
Moet elke webshoppagina het event fragment hebben?
Nee. Alleen product-, winkelmandje- en aankooppagina’s hoeven de productID mee te sturen, algemene paginabezoeken niet.
Wat als mijn productID’s niet matchen met mijn Merchant Center-feed?
Dan bouwt Google geen relevante dynamische advertenties op, ook al vuurt je tag technisch gezien wel correct. Los dit zo op: open in Merchant Center je productfeed en noteer het `id`-veld van een steekproef producten, niet het `item_group_id` (dat is bedoeld voor het groeperen van varianten en wijkt vaak af). Vergelijk deze waarden vervolgens met de productID’s die je terugziet in het gegevensbronnen-scherm van je Google Ads tag. Zie je structureel een ander format (bijvoorbeeld met of zonder voorloopnullen, of met een variant-suffix), pas dan je event snippet aan zodat het exact hetzelfde ID-veld gebruikt als je feed. Bij grote catalogi met veel varianten is het efficiënter om deze koppeling in de datalaag van GTM te fixen dan handmatig per pagina.
Hoe snel zie ik wijzigingen terug in de activiteitsstatistieken?
Reken op enkele uren tot maximaal 24 uur voordat nieuwe tag-hits en parameterstatussen volledig zichtbaar zijn in het gegevensbronnen-scherm. Blijft het scherm na 48 uur nog leeg of ongewijzigd terwijl je tag aantoonbaar vuurt (gecontroleerd met Tag Assistant), controleer dan eerst je business type en parameterconfiguratie voordat je een storing bij Google vermoedt.
Activiteitsstatistieken van je Google-tag zijn geen technisch detail voor de IT-afdeling, het is de basis van elke goed werkende remarketingcampagne voor jouw webshop! Zonder correcte productidentificatie mis je precies dat groeipotentieel dat dynamische remarketing juist zo waardevol maakt.
Wil je zeker weten dat jouw Google-tag écht elk product herkent? Bij ADoptimizr checken onze senior specialisten je tag-implementatie tot in de details, zonder nep info, altijd resultaatgericht. Wil jij jouw Google Ads beheer uitbesteden? Neme dan contact met ons op
Meer lezen over de basis van dynamische remarketing? Bekijk ook onze artikelen over: